Van praten naar lezen

   

Billen Buikje Boelieboem

Praten doe je zo, zegt Boo

Het abc van Tuk

Het grote abc van Tuk

Mik is dik

Jap is op Joz

Po was een muis

Mijn derde Van Dale samenleeswoordenboek (vanaf 6 jaar)

   

LIEDJES ZINGEN

Ik heb een cd gemaakt met gemakkelijk mee te zingen liedjes voor peuters en kleuters: Billen Buikje Boelieboem.

Met veel liedjes kunnen de kinderen meebewegen. Veel liedjes gaan over dieren. Michiel Megens heeft vrolijke melodietjes gemaakt en zoveel leuke geluiden toegevoegd aan de liedjes, dat de kinderen vast en zeker snel mee zullen zingen met de geluiden en de teksten van de liedjes. Goed kunnen praten en dus ook zingen gaat vooraf aan leren lezen. Samen hardop woorden zeggen bevordert de goede uitspraak en dat vergemakkelijkt het leren lezen weer.

 

 

 

De muziek is van Michiel Megens. In de cd-verpakking zit ook een tekstboekje met de teksten van alle 23 liedjes die ik geschreven heb. De cd is te koop bij mijn Boekwinkel.

 

PRATEN DOE JE ZO, ZEGT BOO

In het boekje Praten doe je zo, zegt Boo gaat het aapje Boo met zijn moeder naar de logopediste.

 

 

In het boek staan allemaal taalspelletjes.

Lees het boekje voor en speel ook thuis een of meer van de spelletjes met je kind.

 

PRAAT VEEL MET JE KIND EN LEES VAAK VOOR

In boeken staan vaak andere woorden en formuleringen dan die je zelf gebruikt.

Kinderen leren spelenderwijs een heleboel woorden en zinnen als je vaak voorleest.

Heb je niet het Nederlands als moedertaal, vertel dan in je moedertaal aan het kind wat je ziet op de plaatjes.

Of praat in het Nederlands mee met anderen die versjes of verhaaltjes voorlezen zoals op de cd-roms van Mijn eerste Van Dale en Mijn tweede Van Dale.

 

Letters, klanken en cijfers: Het abc van Tuk

 

 
Het abc van Tuk is een boek vol letters, klanken, rijmpjes, cijfers en plaatjes. Ik heb het 
geschreven omdat ik merkte dat er voor kinderen geen boek bestaat waarin ze zelf 
de letters en de bijbehorende klanken kunnen opzoeken. Achterin heb ik ook de 
cijfers 1 tot en met 20 opgenomen, omdat cijfers net als letters symbolen zijn 
die kinderen moeten leren lezen. 
 
Het abc van Tuk is een letter-weet-boek.
Het is een superleuk full-color letter- en cijferboek.
Voorin het boek staan tips voor de voorlezers.

Het abc van Tuk is een letterboek:
*met de letters van ons alfabet
*met de meest gebruikte dubbelklanken en lettercombinaties
*met op elke bladzijde het hele alfabet
*de letter van de bladzijde is gekleurd
*de letter van de bladzijde is daardoor gemakkelijk te vinden
*bij elke letter en dubbelklank een grappig versje
*in elk versje alle manieren waarop de letter verklankt kan worden
*bij elke letter drie plaatjes 
*naast elk plaatje het bijbehorende woord
*in elk woord komt de letter van de bladzijde voor

Het abc van Tuk is een cijferboek
*met op elke bladzijde de cijfers 1 tot en met 20
*met één cijfer op elke bladzijde
*met het getal in woorden onder het cijfer
*voor het getalsbegrip staan onder de cijfers het bijbehorende aantal voorwerpen afgebeeld

Het abc van Tuk is gemaakt voor iedereen:
*voor kleuters die geïnteresseerd zijn in letters en cijfers
*voor kinderen van groep 3 die net leren lezen
*voor oudere kinderen die zelf willen opzoeken hoe je een woord of een getal schrijft
* voor dove kinderen en kinderen met dyslexie en dyscalculie
*voor laaggeletterde volwassenen die wel plaatjes kunnen benoemen
*voor meer- en anderstalige mensen die willen weten welke klank bij welke letter hoort in het Nederlands 

In de kleutergroep
In veel kleutergroepen wordt al gebruik gemaakt van een lettermuur, een lettertafel of een letter van de week. 
In veel klassen hangen kaarten met de letters erop en daaronder de namen van de kinderen en de juffen en meesters, 
die met die letter beginnen. 
Met dit letter-weet-boek kunt u daar fijn op aansluiten.

Tips voor in de klas
Laat de plaatjes bij een letter zien. 
Benoem de plaatjes.
Zoek de letter van de bladzijde.
Juf/meester leest het versje voor. 
Rijm verder. 
Fantaseer verder. 
Bedenk met elkaar hoe de personages uit de versjes eruit zien. 
Verzin of de personages staan, liggen, zitten. 
Verzin of ze in een rijtje staan of achter elkaar. 
Hoe ze zich voelen. Hoe de personages heten. 
Ken je nog meer woorden die met die letter beginnen?
Met welke letter begint jouw naam?
Ga naar aanleiding van de versjes knutselen, kleien. 
De juf/meester tekent zelf iets op het bord. Klopt het met het versje?
Teken en schilder en klei letters. Maak letterkoekjes.
Schilder de plaatjes na.
Speel de versjes uit.
Maak met de kinderen een eigen abc-boek.
Als Betty bij u in de klas komt, maak dan als voorbereiding of als bedankje 
een abc-boek naar aanleiding van Betty's boeken.
 
   
 
De barracuda komt uit het verhaal Monstervissen. Dino is mijn kat.
 
 
Wat leren de kinderen ervan?
Door de versjes voor te lezen en er verder mee te spelen, kun je ervoor zorgen dat de kinderen:
*letters en cijfers herkennen
*letters, klanken en cijfers makkelijk onthouden
*letters aan plaatjes koppelen
*letters aan klanken en woorden koppelen
*woorden aan beelden en dingen koppelen
*cijfers aan klanken koppelen
*cijfers aan hoeveelheden koppelen
*cijfers aan klanken aan woorden aan hoeveelheden koppelen
*fantasie ontwikkelen
*het kijken, vergelijken en zoeken verbeteren
*samen plezier beleven aan taal 
*rijmen leren
*tellen en rekenen leren 
*overeenkomsten en verschillen tussen klanken herkennen
*lachen om de gekke voorvallen
*de woordenschat vergroten
*taalgevoel krijgen
*ritmegevoel krijgen
*fonemisch bewustzijn vergroten
*geletterd worden
*getalsbegrip krijgen
*letters en cijfers en woorden en zinnen leren lezen
 
 
Over Het grote abc van Tuk
 
Letters en klanken, dovengebaren en braille
 
 
Het grote abc van Tuk is een vergrote en uitgebreidere versie van Het abc van Tuk. 
Maar wel zonder de cijfers 1 tot en met 20. 
De kleine abc van Tuk was zo'n succes dat ik er een groot boek van mocht maken.

Het grote abc van Tuk is een letterboek, 
waarin op de linkerpagina de letter a bijvoorbeeld te zien is als kleine letter, 
maar ook cursief en vet. 
De a is ook gedrukt in een ander lettertype, met schreef. 
Ook de schrijfletter a staat erbij. 
En ook de a uit het vingeralfabet 
voor doven en slechthorenden en de a uit het braille alfabet staat op de pagina. 
Als u op de witte stippen ronde stickertjes plakt met een diameter van 9 mm, 
dan kan ook een blinde de letter van de bladzijde meelezen. 
En sowieso is het interessant om ook deze alfabetten te leren kennen.
 
De tips die bij Het abc van Tuk staan, kunt u natuurlijk ook gebruiken bij Het grote abc van Tuk. 
 
Over Mik is dik, Jap is op Joz en Po was een muis
 
   
  
Elk lees-weet-boek is een eerste leesboek.
*Het is een prentenboek voor beginnende lezers. 
*Het is een dik boek.
*Het is een leerzaam boek.
*Het is een superleuk boek.
*Je kunt er heel kort in lezen.
*Je kunt er lekker lang in lezen.
*Je kunt er van alles mee doen.

Elk lees-weet-boek is een bijzonder boek.
*Het is helemaal in kleur gedrukt            
*met prachtige tekeningen van Pauline Oud      
*een boek op drie niveaus: oud AVI 1, AVI 2 en AVI 3         
*met pictogrammen, maar met de woorden eronder       
*sommige woorden horen bij AVI 4, 5 en 6, maar zijn door de pictogrammen 
leesbaar voor kinderen uit groep 3
*met verhaaltjes           
*met spelletjes als ‘zoek de verschillen’, recepten en versjes            
*met knip- en kleurplaten            
*met weetjes, dus zakelijke informatie           
*op elke bladzijde een verteller (Tuk) en dialogen        
*elke bladzijde is uit te spelen          
*elke spread is op zichzelf te begrijpen       

Stillezen, hardop lezen, alleen lezen, samen lezen
*Iemand leest voor zichzelf in het boek.
*Iemand zoekt een woord op en leest het voor.
*Iemand leest één regel voor.
*Iemand leest alle tekst van één personage voor.
*Iemand leest de tekst van een bladzijde voor.
*Iemand leest de tekst van twee bladzijden voor.
Verhaaltjes, spelletjes en weetjes             
Elk lees-weet-boek bestaat uit
*een verhaaltje van 12 pagina’s met veel dialogen
*spelletjes, die de leesvaardigheid bevorderen               
*weetjes/zakelijke informatie over de hoofdpersoon
 
Tips voor in de klas
*Lees het verhaaltje voor.
*Laat de plaatjes zien.
*Speel het verhaaltje uit.
*Per bladzijde mogen twee of drie kinderen de handeling uitvoeren.
*Groepjes van drie of vier kinderen kunnen elke 'rol' hardop lezen.
*Laat nu de kinderen individueel stillezen. 
*Teken, trek over en kleur met de spelletjespagina’s.
*Doe de dansjes, de doe- en bewegingsspelletjes en de versjes klassikaal. 
*Lees de zakelijke informatie op de Weet je dit al?-pagina’s voor. 
Mik is dik gaat over de olifant. 
Jap is op Joz gaat over apen.
Po was een muis gaat over muizen. 
Zoek nog meer informatie over olifanten en apen.
 
Elk lees-weet-boek bestaat uit drie delen.         
Het eerste deel is geschreven in AVI 1. Oranje balkje.       
Het tweede deel in AVI 2. Blauw balkje.
Het derde deel in AVI 3. Groen balkje.       
Het leuke is, dat kinderen die eigenlijk volgens de leestest AVI 1 lezen, 
doorlezen in dit boek, omdat ze de verhaaltjes en de plaatjes zo grappig vinden.
Nu hebben we de kinderen precies waar we ze hebben willen: 
ze lezen uit plezier en gaan steeds moeilijker woorden herkennen en lezen. 
Door de woorden onder de pictogrammen te zetten, krijgen ze ook zonder enige moeite 
het woordbeeld te pakken van woorden die eigenlijk horen bij AVI 4, 5 en 6.       
Ik heb al tientallen keren kinderen van groep 3 laten voorlezen uit een lees-weet-boek. 
Ze lezen de pictogramwoorden moeiteloos voor en doen als vanzelf de bewegingen van de hoofdpersonen na. 
Pictogrammen met de woorden eronder
Boven elk lang woord staat een pictogram. Maar het woord staat er wel onder. 
Zo snap je altijd wat het pictogram voorstelt en je leert uit nieuwsgierigheid lange woorden lezen.  
 
Wie is Tuk?
Het verhaal wordt verteld door Tuk. Op elke spread ( twee bladzijden) vertelt Tuk een stukje. 
Daarna praten de personages met elkaar. 
Als je snel moe van lezen wordt, kun je dus ook sommige stukjes lezen en andere stukjes overslaan. 
Of bijvoorbeeld maar twee bladzijden lezen. 
Elke spread is een afgerond geheel en dus op zichzelf te begrijpen. 
De dialogen en het Tuk-stukje zijn ook uit te spelen.
 
Hoofdletters en kleine letters
In AVI 1 en 2 zijn geen hoofdletters gebruikt. In AVI 3 wel.
In mik is dik heb ik de naam van de olifant met een kleine letter geschreven. 
In Jap is op Joz heb ik ervoor gekozen in AVI 1 en 2 alleen de namen van de apen met een hoofdletter te schrijven. 
De naam Joz eindigt bewust op een z. 
In het Nederlands komen weinig woorden voor die eindigen op een z. 
Maar tegenwoordig zijn er wel veel kindernamen, die op een z eindigen. 
De meeste kinderen weten dat hun naam met een hoofdletter geschreven wordt. 
Vanaf een jaar of 3 herkennen kinderen de eerste (hoofd)letter van hun naam in alle mogelijke lettertypes.
 
 
Over Mijn derde Van Dale
 
 
Mijn derde Van Dale bevat:

1000 woordbetekenissen

320 trefwoorden met meer dan één betekenis

160 betekenisverwante woorden

480 eenvoudige, maar echte definities

320 leuke verhalen met zelfleesregels voor beginnende lezers

300 tekeningen

Achterin:

Trefwoordenlijst op alfabet

Lijst met betekenisverwante woorden

Trefwoordenlijst op thema

Overzicht van hoofdpersonen

SAMENLEESWOORDENBOEK

Mijn derde Van Dale is het allereerste samenleeswoordenboek voor 6-8 jaar.

De verhalen staan in blauwe en zwarte letters. Kinderen die net hebben leren lezen, kunnen de blauwe regels lezen. Het zijn korte zinnen met eenlettergrepige woorden. De zwarte regels kunnen voorgelezen of zelf gelezen worden door een gevorderde lezer. Natuurlijk mag iedereen alle regels lezen.

KINDERWOORDENBOEK

Mijn derde Van Dale is een speels samenleeswoordenboek voor kinderen vanaf 6 jaar. In 320 verhaaltjes worden 320 woorden met meer dan één betekenis op een heldere en grappige manier uitgelegd. Martine Letterie en Betty Sluyzer hebben ieder 160 verhaaltjes geschreven over apen, skeletten, astronauten, honden, koks, uitvinders, detectives, spinnen, kinderen, boeren, gevangenen, matrozen, aardige en supervervelende mensen, opa's, zussen, broers en nog veel meer. In die verhaaltjes komen alle woorden voor. Doordat ze in een verhaaltje staan, is het veel gemakkelijker om de woorden te begrijpen.

DE TREFWOORDEN

De trefwoordenlijst is gebaseerd op een wetenschappelijke lijst van de woordenschat die kinderen (zouden moeten) hebben als ze acht jaar oud zijn. We hebben woorden gekozen die allemaal maar dan één betekenis hebben en waarvan we denken dat kinderen vanaf 6 jaar minstens één betekenis wel kennen.

DE OPBOUW VAN DE BLADZIJDEN

Bovenaan de pagina's staat het hele alfabet. De beginletter van de woorden is gemarkeerd. Op elke linkerbladzijde staan drie verhaaltjes. Onder het trefwoord staan kort de verschillende betekenissen. Onder de verhaaltjes staat een horizontale streep. Daaronder staan simpele definities van de trefwoorden. Op elke rechterbladzijde staat een langer verhaal bij één trefwoord. Onder de streep staan drie definities. Eén van het trefwoord en twee definities van betekenisverwante woorden.

DE ZELFLEESREGELS

De zelfleesregels in Mijn derde Van Dale zijn steeds blauw. De letters zijn iets groter dan de zwarte letters. Ze zijn geschreven voor kinderen die ongeveer een half jaar leesles hebben gehad. We hebben alleen eenlettergrepige woorden gebruikt. Alleen eigennamen die vaak voorkomen, hebben soms ook in de zelfleesregels twee lettergrepen. Bijvoorbeeld Opa Luk.

THEMA'S

Achterin Mijn derde Van Dale is een trefwoordenlijst op thema opgenomen. We hebben de woorden in deze thema's verdeeld: Beroepen Bouwen/maken Dieren Eten/koken Feest Gebruiksvoorwerpen Gedrag en gevoel Geld Geweld/misdaad/ruzie Gezond en ziek Hoe dingen eruitzien/aanvoelen Kleuren Kunst Lichaamsdelen Meubelen/inrichting Muziek/geluiden Natuur/platteland Oriëntatie in de ruimte Ruimte/wereld School/werk/lezen/rekenen Sieraden Spel/hobby Sport/bewegen Techniek/apparaten Temperatuur/weer Tijd Uiterlijk/verzorging Verkeer/vervoer/op reis Vuur Water/scheepvaart

WAT LEREN BEGINNENDE EN GEVORDERDE LEZERS ERVAN?

De woordenschat wordt gevarieerder en groter. We hebben namelijk gekozen voor woorden die in de actieve woordenschat van 8-jarigen zouden moeten voorkomen. Ze leren ervan dat woorden meer dan één betekenis kunnen hebben. En dat daardoor veel verwarring en ook veel plezier kan ontstaan. De trefwoorden worden in een betekenisvolle context, in een verhaaltje aangeboden, meestal ondersteund door een plaatje. Kinderen leren verhaalstructuren kennen. Ze krijgen meer tekstbegrip. We hebben verhalen geschreven die spelen in de wereld van nu. Verhalen over dingen die echt zouden kunnen gebeuren, maar ook sf en andere fantasieverhalen. De personages zijn fantasiefiguren. Er zijn verhaaltjes over apen, skeletten, astronauten, honden, koks, uitvinders, detectives, spinnen, kinderen, boeren, gevangenen, matrozen, aardige en supervervelende mensen, opa's, zussen, broers en nog veel meer. Ze leren nadenken en omgaan met een woordenboek. Onder de verhaaltjes staan echte definities, zoals ze ook in het Juniorwoordenboek kunnen staan.

TIPS

U kunt het boek van a tot z lezen. U kunt thematisch te werk gaan. Achterin staat een thematische index. U kunt een kind een hoofdpersoon laten kiezen, op een plaatje bijvoorbeeld en dan samen het verhaaltje lezen. Een dubbelzinnig woord dat u of een kind gebruikt, kan ook het uitgangspunt zijn. Een andere leuke manier om met het boek te werken: Kies een trefwoord. Vraag het kind wat het woord betekent. Voorbeeld: Weet jij wat melig betekent? Praat daarover samen en leg de betekenissen uit 1. op uw eigen manier 2. aan de hand van het plaatje 3. aan de hand van de definitie. Lees daarna het verhaal of het versje voor. Praat door over trefwoorden. Als u bijvoorbeeld uitgelachen bent na dit verhaal, vraag dan: Nou, weet je nu wat melig is? De pret zit er onder andere in, dat kinderen doorkrijgen dat je de verschillende betekenissen in de verkeerde situatie kunt gebruiken. Dat doen cabaretiers en stand-up comedians voortdurend. Plezier hebben in de betekenissen van woorden. En de verschillende betekenissen kennen natuurlijk. Dat is waar Mijn derde Van Dale om draait.